111 Let op! Opnieuw registreren noodzakelijk! Meer info

Kanker hoofd/hals

Hoofd en hals kanker - mondkanker

Naamgeving en Indeling

"Kanker in het hoofd hals gebied" is een term die een verzameling inhoudt van een variëteit kwaadaardige (maligne) tumoren die voorkomen in:

  • de mondholte (orale caviteit)
  • de keelholte (pharynx)
  • de sinussen langs en boven de neus (paranasale sinussen bestaande uit holle ruimtes langs de neus, afgelijnd met cellen die vocht en slijm produceren zodat de neus niet uitdroogt en bevochtigde lucht naar onze longen kan gaan)
  • de neusholte (nasale caviteit of de holte binnen de neus en in de diepte achter de neus langswaarheen de lucht die we langs de neus inademen doorgang vindt naar de keelholte toe tijdens de ademhaling)
  • het strottehoofd (larynx) met de adamsappel en de stembanden; het strottehoofd vormt het bovenste deel van de luchtpijp waar de stem wordt gevormd.
  • de speekselklieren (we hebben drie grote speekselklieren en vele kleintjes die er voor zorgen dat het voedsel opgelost geraakt in de mond en die ervoor zorgen dat de mond vochtig blijft)
  • sommigen zijn van oordeel dat ook de huidtumoren de voorkomen ter hoogte van het gelaat en de hals deel uitmaken van de hoofd-hals tumoren.
  • veelal worden ook de kwaadaardige klieren in de hals meegerekend bij de hoofd-hals tumoren

OVERZICHTEN

Het nationaal kankerregister geeft bijzonder interessante brochures uit in verband met verschillende soorten kanker. U kan er terecht op volgend adres:

Nationaal Kankerregister
Belgisch Werk tegen Kanker
Barricadenplein 2
1000 Brussel
www.kankerregister.be
www.kankerregister.org
www.tegenkanker.net

Tevens vindt U hieronder een brochure in verband met mond- en keelkanker gebaseerd op de gegevens van 1998.

cancers voies aero-digestives 1998.pdf

mond-en keelkanker nationaalkankerregister1998.pdf

Enkele anatomische begrippen

EditorImage_493_mondholteanatomie2.jpg

1,7: frenula
2: raphe mediane
3: weke gehemelte
4: huig
5: tong
6: tandvlees
8: harde gehemelte
9: gehemeltepijlers
10: amandelen

EditorImage_493_tongentongbasisanatomie.

1: tongbasis (radix linguae)
2: epiglottis
3: tonsilla palatina (amandel)
4: sulcus terminalis met ervoor de ronde puntjes
die de papillae vallatae weergeven
5: papillae foliatae
6: papillae fungiformes
7: papillae filiformes
8: apex linguae of tongpunt
9: corpus linguae

EditorImage_493_larynx.jpg

de larynx bekeken van achter naar voor, bovenaan zien we de tongbasis.
de toegang is de opening op weg naar de stembanden en zo naar de luchtpijp

EditorImage_493_orohyponasopharynx.jpg

de luchtstroom die we inademen (blauwe pijl)gaat door de neusholte door naar de nasopharynx, de oropharynx en komt zo naar de luchtpijp. Het voedsel daarentegen gaat vanuit de oropharynx naar de slokdarm (gele pijlen)

EditorImage_493_speekselklieren.jpg

1: glandula parotis
2: glandula sublingualis
3: glandula submandibularis
4: kin van de onderkaak
5: tong

EditorImage_493_halsklierenbb.jpg

Indeling gebruikt voor de Belgische Kankerregistratie

In België wordt sedert enkele jaren een classificatie gebruikt van kwaadaardige gezwellen, gebaseerd op een internationale standaard: ICD 10e revisie. Dit moet toelaten om over verloop van jaren de evolutie inzake kanker op een vergelijkbare manier te kunnen volgen.
De relevante klassificatie voor het hoofd-hals-gebied wordt gedeeltelijk weergegeven in onderstaande tabel en kan volledig geraadpleegd worden op de website van de kankerregistratie:http://www.kankerregister.org.

C00-C14 lip,mond- en keelholte
C00 lip
C01 tongbasis
C02 tong, overige delen
C03 tandvlees
C04 mondbodem
C05 gehemelte
C06 mond, niet gespecificeerd
C07 parotis
C08 grote speekselklieren, overige en niet gespecificeerd
C09 tonsil
C10 orofarynx
C11 nasofarynx
C12 sinus pyriformis
C13 hypofarynx
C14 lip, mond- en keelholte: overige en slecht omschreven
C15-C26 spijsverteringsstelsel
C30-C39 ademhalingsstelsel en intrathoracale organen
C30 neusholte en midden-oor
C31 neusbijholten
C32 larynx
C33 trachea
C34 bronchus en long
C35-C39 thymus, hart, mediastinum, pleura
C40-C41 bot en gewrichtskraakbeen
C43-C44 huid
C45-C49 mesotheel en weke delen
C51-C58 vrouwelijke geslachtsorganen
C60-C63 mannelijke geslachtsorganen
C64-C68 nier en urinewegen
C69-C72 oog, hersenen en overige delen van het centraal zenuwstelsel
C73-C75 schildklier en andere endocriene klieren
C81-C96 lymfoïd, hematopoëtisch en verwant weefsel

Algemene cijfers ivm kanker in België en in de Wereld

1. De kans om kanker te krijgen neemt toe met de leeftijd (figuur 1)

 

De probabiliteit , het risico om kanker te ontwikkelen stijgt met de leeftijd. De cumulatieve incidentie tussen 0 en 74 jaar (dit is de probabiliteit een maligne gezwel te ontwikkelen in afwezigheid van andere doodsoorzaken) is 27 % bij mannen en 20 % bij vrouwen (cijfers 1987-1989).

Dit betekent dat 1 man op 4 tussen 0 en 74 jaar zelf met kanker geconfronteerd wordt en 1 vrouw op 5 (in de periode 1987-1989). De cijfers zijn iets geëvolueerd (zie verder).

2. De kans om kanker te krijgen is verschillend voor mannen en vrouwen, en dit in drie opzichten:

1. voor het type kanker dat men zal krijgen

Uit de statistieken blijkt duidelijk dat kanker op een verschillende wijze inwerkt bij vrouwen als bij mannen. Bij mannen zullen vooral de longen en de prostaat de organen zijn waar vaak kanker terug te vinden is. Bij de vrouwen zijn het vooral de borsten en de dikke darm die aangetast worden door kanker. Met andere woorden de sex-ratio  (verhouding van mannen ten opzichte van vrouwen) verschilt van kanker tot kanker:

Top vijf van de kankers bij de man in 1993

Top vijf van de kankers bij de vrouw in 1993

1. long-bronchus (23,90%) 1. borst (33,66%)
2. prostaat (17,62 %) 2. colon rectum (13,59%)
3. colon rectum (13,04%) 3. ovarium (4,98%)
4. blaas (6,80%) 4. cervix (4,52%)
5. maag (3,65%) 5. long-bronchus (4,40%)

2. de leeftijd waarop men kanker zal krijgen (figuur 1)

Er zijn ook verschillen tussen de twee geslachten voor wat betreft de leeftijdsspecifieke incidentiecijfers: tussen 20 en 55 jaar is er een vrouwelijk overwicht doordat gynaecologische en borsttumoren frequent voorkomen in deze leeftijdsgroep. Na de leeftijd van 60 jaar zijn er opmerkelijk meer mannen met kanker aangezien long en prostaatkanker vanaf deze leeftijd frequent voorkomen. Slechts 25 % van alle nieuwe mannelijke kankerpatiënten zijn jonger dan 60 jaar, terwijl 35 % van alle nieuwe vrouwelijke kankerpatiënten jonger zijn dan 60 jaar.

 

3. de mate waarin men kanker zal krijgen (figuur 1)

Mannen zijn globaal bekeken uiteindelijk méér het slachtoffer van kanker dan de vrouwen. Tot de leeftijd van 60 jaar is het verschil niet zó uitgesproken.  De cumulatieve incidentie is het risico, uitgedrukt in procent, om een kwaadaardig gezwel te ontwikkelen tussen 0 en 64 jaar of tussen 0 en 74 jaar De cumulatieve incidentie tussen 0 - 64 jaar bedraagt bij de man 10,00 % en bij de vrouw 10,80 % (cijfers kankerregistratie 1995) .  Dit wil zeggen dat vanaf de geboorte tot de leeftijd van 64 jaar 1 op 10 mannen en 1 op 10,8 vrouwen een kanker zal ontwikkelen.  Bekijkt men de cumulatieve incidentie tussen 0-74 jaar dan is er een verschil te noteren tussen mannen en vrouwen dat aanzienlijk is : 23,11 % voor de man en 17,84 % voor de vrouw (cijfers: 1995).

Vooral tussen de leeftijd van 60 à 70 jaar wordt de man vaak door kanker getroffen.

cumulatieve incidentie (%) mannen vrouwen
0-64 jaar 10,00 10,85
0-74 jaar 23,11 17,84

3. De kans om kanker te krijgen verschilt zelfs van het ene land tot het andere

Kanker in het hoofd- halsgebied

In het Belgisch Kankerregister zijn er cijfers beschikbaar voor 1995. Om één en ander cijfer duidelijk te  kunnen begrijpen moeten volgende begrippen duidelijk zijn:

MANNEN

In België werd in 1995 bij 546 mannen een kwaadaardig gezwel ontdekt in het stelsel van de mond-en keelholte (zie hoger registratie C1-C14). Dit absolute aantal van 546 vormt 3,44% van alle kwaadaardige gezwellen die bij de mannelijke bevolking waren ontdekt in de loop van het onderzochte jaar 1995 (proportie). In de tabel onder de kolom proportie kunt U vaststellen dat het grootste aantal kwaadaardige gezwellen bij de mannelijke bevolking in 1995 het ademhalingsstelsel betrof en vervolgens het spijsverteringsstelsel. Wanneer we met absolute aantallen werken kunnen we helaas géén vergelijking maken met andere landen omwille van het verschillend aantal inwoners.  Vandaar dat men het aantal kankers wil kennen per 100.000 inwoners (hetzij van het mannelijk geslacht, hetzij van het vrouwelijk geslacht). Daarom dat men de bruto-aantallen deelt door de bruto-totale-bevolking van België in 1995. Zo krijg je het aantal kwaadaardige gezwellen per 100.000 mannen: bruto-incidentiecijfer. Zo'n 320 mannen op 100.000 ontwikkelde in 1995 een nieuwe kanker. In de mond ontwikkelde zich bij 11,02 mannen op 100.000 mannen in de loop van het jaar 1995 een maligne tumor in het stelsel van de mond-en keelholte.

VROUWEN

In België werd in 1995 bij slechts 226 vrouwen een kwaadaardig gezwel ontdekt in het stelsel van de mond-en keelholte (absolute aantallen) (zie hoger registratie C1-C14). Dit absolute aantal van 226 vormt 1,51 % van alle kwaadaardige gezwellen die bij de vrouwelijke bevolking werden ontdekt in de loop van het onderzochte jaar 1995 (proportie). Net zoals bij de mannen, wil men ook bij de vrouwen weten welk aantal kankers ontstond in 1995 per 100.000 vrouwen. Dit is het bruto-incidentiecijfer : 288,39 vrouwen op 100.000 ontwikkelde in 1995 een nieuwe kanker. In de mond ontwikkelde zich bij 4,36 vrouwen  op 100.000 mannen in de loop van het jaar 1995 een maligne tumor in het stelsel van de mond-en keelholte.

Besluit de kans om een kanker te ontwikkelen in de mond-keelholte was  in de loop van het jaar 1995  meer dan dubbel zo groot bij mannen als bij vrouwen ! (11,02 vs 4,36).

Uit deze cijfers blijkt duidelijk dat in België kan gesteld worden dat de kankers die voorkomen in het registratiesysteem van mond- en keelholte:

1. eerder zeldzaam zijn ten opzichte van het totale aantal kankers dat voorkomt

2. dubbel zo vaak voorkomen bij mannen als bij vrouwen

  absolute proportie bruto A.S.R.*
BELGISCH KANKERREGISTER aantallen  (%) incidentie (wereld)
stelsel (de cijfers gelden voor 1995, MANNEN)     (/100.000) (/100.000)
mond- en keelholte 546 3,44 11,02 8
spijsverteringsstelsel en peritoneum 3.593 22,61 72,49 44,29
ademhalingsstelsel 4.271 26,88 86,17 53,43
borstklier 52 0,33 1,05 0,72
man./vrouw. geslachtsorganen 2.881 18,13 58,12 33,74
urinair stelsel 1.523 9,58 30,72 18,99
huid 492 3,1 9,92 6,33
bot en bindweefsel 129 0,81 2,6 2,23
oog en zenuwstelsel 333 2,1 6,72 5,37
endocriene klieren 88 0,55 1,78 1,32
lymfe- en bloedstelsel 1.140 7,17 23 16,03
niet gepreciseerde localisaties 842 5,3 16,98 10,75
totaal 15.890 100 320,57 201,2
* A.S.R : voor de leeftijd gestandaardiseerde incidentiecijfers        

 

  absolute proportie bruto A.S.R.*
BELGISCH KANKERREGISTER aantallen  (%) incidentie (wereld)
stelsel (de cijfers gelden voor 1995, VROUWEN )     (/100.000) (/100.000)
mond- en keelholte 226 1,51 4,36 2,83
spijsverteringsstelsel en peritoneum 3.286 22,00 63,44 27,48
ademhalingsstelsel 757 5,07 14,61 8,01
borstklier 4.911 32,88 94,81 62,50
man./vrouw. geslachtsorganen 2.196 14,70 42,39 25,88
urinair stelsel 683 4,57 13,19 6,22
huid 592 3,96 11,43 5,80
bot en bindweefsel 114 0,76 2,20 1,54
oog en zenuwstelsel 278 1,86 5,37 4,04
endocriene klieren 178 1,19 3,44 2,53
lymfe- en bloedstelsel 1.028 6,88 19,85 11,18
niet gepreciseerde localisaties 689 4,61 13,30 6,17
totaal 14.938 100 288,39 164,27
* A.S.R : voor de leeftijd gestandaardiseerde incidentiecijfers        

3. met de leeftijd aanzienlijk toenemen.

Dit is mooi te zien in de cijfers voor het aantallen kankers in het gebied van mond- en keelholte (C00-C14) voor het jaar 1997 in de onderstaande figuren. Het gaat om de cijfers van 1997, waar de tumoren van de mond- en keelholte verder zijn opgedeeld per leeftijdsgroep (0 tot 85 )  en per localisatie (C00-C14). De aantallen kankers onder de hoofding "totaal per leeftijd" zijn het aantal nieuwe maligne tumoren per 100.000 mannen (bovenste figuur) of per 100.000 vrouwen (onderste figuur) in  1997 ontdekt voor alle localisaties samen van de regio mond- en keelholte. De conische piramides geven aan hoeveel nieuwe maligne tumoren in 1997 werden ontdekt voor die specifieke localisatie voor een bepaalde leeftijdscategorie. Bv. in de bovenste tabel kunnen we zo aflezen dat er  12,1 nieuwe lipkankers in het jaar 1997 zijn gevonden (incidentie) per 100.000 mannen in de leeftijdsgroep tussen 80-84 jaar. (De 12,1 vindt U terug in de piramide zelf die overeenkomt met C00 en mannen tussen 80-84jaar).



Terminologie

Wat is kanker? Kanker is een naam gegeven aan een groep van meer dan 100 verschillende ziektebeelden die voorkomen wanneer cellen in het lichaam abnormaal worden en zich ongecontroleerd beginnen te vermenigvuldigen. Normale gezonde cellen vermenigvuldigen zich ook natuurlijk, maar dit gebeurt op een geordende manier en slechts dan wanneer dit noodzakelijk is voor het lichaam. In tegenstelling hiermee vermenigvuldigen kankercellen zich volledig autonoom buiten alle controle van het lichaam. Door deze ongecontroleerde vermenigvuldiging ontstaat zo een massa van extra weefsel ook tumor of neoplasma genoemd.

Goedaardige versus Kwaadaardige tumoren

In het woord "neoplasma" zit het griekse woord "neo" dat "nieuw" betekent. Het gaat inderdaad om een nieuwe ongecontroleerde groei van enkele eigen cellen van het lichaam. We onderscheiden hierin goedaardige en kwaadaardige tumoren. Goedaardige tumoren zijn géén kanker. Het gaat meestal om tumoren die de rest van de weefsels plaatselijk aantasten door verdringing, maar zonder het gehele lichaam te ondermijnen. Een goedaardige tumor zal de naburige weefsels niet invaderen.

 

De benigne (goedaardige) tumoren worden gewoonlijk verwijderd zonder kans op terugkeer van de tumor. Goedaardige tumoren zijn maar zelden levensbedreigend.

Een kwaadaardige tumor daarentegen is kanker. Deze tumor invadeert de nabure weefsels en beschadigt ze. Het zijn woekerende processen die niet meer onder controle staan van het lichaam.  Kwaadaardige tumoren hebben de neiging om zelfs nà behandeling terug te keren. Men gebruikt hiervoor de term "recidief" om aan te duiden dat een aandoening terugkeert, een "terugval". In tegenstelling tot de kwaadaardige tumoren, zullen goedaardige tumoren, na wegname, in de regel niet recidiveren.

Metastase

Kankercellen uit kwaadaardige tumoren kunnen ook van de oorspronkelijke massa (primaire tumor) losbreken en zich verpspreiden over de rest van het lichaam.

kenmerkend voor een kwaadaardige tumor (kanker) is dat cellen van de primaire tumor losbreken en in de lymfe of in de bloedbaan terecht komen. In het hoofd-halsgebied breken de cellen éérst door in de lymfevaten

Zij zullen daar een secundaire tumor vormen. Deze verspreiding noemen we metastase. Een dergelijke metastasering of verspreiding op afstand verloopt langs drie mechanismen:

de lymfeknopen in de hals worden halsklieren genoemd

verspreiding via de lymfestroom (lymfogeen) : kankercellen kunnen meegevoerd worden in het heldere waterige lymfevocht dat de lichaamsweefsels voorziet van speciale cellen die ons lichaam helpen te vechten tegen ziekten en infecties. Het lymfevocht uit het hoofd-hals-gebied wordt afgevoerd via lymfekanaaltjes afgevoerd naar de hals. Daar zijn relais-stations aanwezig, ook weefselknopen genoemd, nodi. Wanneer kankercellen zich daar nestelen, zullen deze NODI van de hals beginnen te zwellen en hard aanvoelen. Ook hier geldt dat de kankercellen zich ongecontroleerd vermenigvuldigen en de naburige weefsels zullen ingroeien. Het gevolg hiervan is dat deze nodi in de hals die normaal beweeglijk zijn, eerder stug en onbeweeglijk zullen aanvoelen omdat zij door de kanker verkleefd zijn met de naburige weefsels. Meestal zijn de aangetaste lymfeklieren van de hals het eerste teken van een verspreiding van de tumor, nog voor deze uitgezaaid is naar andere delen van het lichaam. Dit kan verklaard worden door het feit dat in het hoofd-halsgebied een zeer fijn en uitgebreid lymfecapillairnet aanwezig is. Dit verklaart waarom maligne tumoren in het gebied van hoofd en hals bij voorkeur eerst via de lymfewegen naar de hals metastaseren. Halskliermetastasen zijn een belangrijk teken om te bepalen in welk stadium de tumor zich bevindt. De kans op metastasen op afstand neemt toe bij het bestaan van halskliermetastasen. Bovendien betekent de aanwezigheid van halskliermetastasen dat de kans op genezing aanzienlijk afneemt.

verspreiding via de bloedstroom (hematogeen): kankercellen kunnen ook losbreken van de primaire tumor en meegevoerd worden in de bloedstroom. Eens in de bloedstroom, kunnen deze cellen zich verspreiden over andere organen van het lichaam: metastasen op afstand. Onder metastase op afstand verstaan we iedere uitzaaiing van de kanker langs de lymfestroom onder het niveau van het sleutelbeen en iedere uitzaaiing via de bloedbaan. De organen waar de kankercellen uit het hoofd-halsgebied zich het liefst zullen nestelen zijn de longen, de beenderen en de lever.  Er bestaat een zéér nauw verband tussen het capillaire netwerk van de lymfe en het capillair netwerk van de bloedbaan. Eéns een uitzaaiing bestaat naar de lymfe, is een verdere uitzaaiing naar de bloedbaan bij kwaadaardige gezwellen een kwestie van tijd.

er is een nauw verband tussen het lymfatisch en het capillaire netwerk in de hals: eens de tumor via de lymfe verspreid is, stijgt ook de kans op hematogene uitzaaiing

Bepaalde kankers, met name deze van de speekselklieren, zullen zich verspreiden via de zenuwbanen. Zo hebben bepaalde type kankers van de speekselklieren in het gehemelte de neiging om zich via de zenuwbanen van de bovenkaak naar de schedelinhoud uit te breiden. Dit type uitbreiding noemen we de perineurale invasie.

top