111 Let op! Opnieuw registreren noodzakelijk! Meer info

Slechte mondadem

SLECHTE MONDADEM (HALITHOSIS)

Synoniemen: halithosis, bad breath, foetor ex ore, der mundgeruch, foul odor, halitose

Latijn: halitus (adem) Grieks: -osis ( abnormale aandoening)  Latijn-Grieks: halith-osis

Sociaal zeer ernstig

Slechte mondadem of slechte mondgeur is vaak een onzichtbare barrière die voor ernstige problemen zorgt in de relatie-opbouw. Zowel in de opbouw van intieme relaties als van sociale relaties met klanten, kennissen, vrienden, zelfs patiënten kan mondgeur afstotend werken. Uit hoffelijkheid zal diegene die de slechte adem ruikt vaak dit verzwijgen. Een terugtrekkende reactie van de aangesprokene is vaak het enige signaal dat de persoon met een slechte adem waarneemt. Zelf percipieert de persoon met de slechte adem immers niet de slechte geur van zijn/haar adem.

Een jongeman die het afmaakte met zijn lief omschreef de slechte mondgeur van zijn ex alsvolgt : " iedere lach van haar ging vergezeld van een weerzinwekkende geur die het midden hield tussen de walm van een wekenoude Hemaworst en die van een natte, nooit gewassen dweil. "

Mensen die ooit afgewezen werden door anderen omwille van een slechte mondgeur kunnen ernstige psychische invloeden hiervan overhouden en zelfs een obsessie krijgen met hun mondgeur. Zelfs al hebben ze géén slechte mondgeur zullen ze steeds afstand houden van anderen en een mondkus vermijden, reeds met de gedachte aan een slechte mondgeur. Zij ontwikkelen een halitho-fobie: een vrees voor een slechte mondgeur.

Oorzaken

De oorzaak van een slechte mondgeur is stilaan gekend. Het gaat om bacteriën die onwelriekende afbraakproducten vrijgeven hetzij in de mond, in de keelholte, in onze sinussen, hetzij in de adem.

Plaats van oorsprong van de slechte geur %
Mond 85-90%
Neus 5-10%
Tonsillen 3 %
Andere 1 %

In tegenstelling tot wat de mensen vaak denken is de maag slechts zéér zeldzaam de oorzaak van een slechte mondadem.

onwelriekende afbraakproducten geproduceerd door bacteriën in de mond  de geur ervan
waterstofsulfide rotte eieren
methylmercaptanen faeces
skatole faeces
cadaverine lijkengeur
putrescine rottend vlees
isovaleriaanzuur zweetvoeten

De voornaamste plaats waar deze bacteriën huis houden is het achterste gedeelte van onze tong. Niet alleen is dit gedeelte van de tong moeilijk bereikbaar om te poetsen en te reinigen, het bevat ook kleine nissen waarin de bacteriën zich kunnen nestelen en broeden in een vochtig milieu. Daarenboven vangt dit gedeelte van de tong ook (vooral 's nachts) neussecreet op dat vanuit het achterste gedeelte van de neus naar de keelholte afloopt. Deze zogenoemde postnasal drip is bijzonder storend want het kan vergeleken worden met etter. De natuurlijke reiniging van dit gedeelte van de tong door het natuurlijke speeksel verloopt daar zéér moeizaam, zodat het niet verwonderlijk is dat dit de voornaamste plaats is waar slechte mondgeur kan ontstaan.

het achterste gedeelte van de tong is hobbeling, zit vol nissen en is moeilijk reinigbaar achter de V-vormige (4,5) sulcus terminalis vinden we de tongbasis afvloei van nasopharynx naar oropharynx zorgt voor de postnasal drip

Ook in de mond komen er aandoeningen voor die voor een vieze mondgeur kunnen zorgen. Cariës,Gingivitis en Parodontitis vormen alle ontstekingen waarin bacteriën een belangrijke rol spelen. Deze bacteriën zijn aanwezig hetzij in het tandweefsel, hetzij tussen het tandweefsel en het tandvlees waar zij moeilijk kunnen verwijderd worden door de natuurlijke reiniging van ons speeksel.

hier ziet U een schema afgebeeld van de overzichtsopname van de mond van een patiënte met een ernstige parodontitis. Naast het loskomen van de tanden, bloedend tandvlees, zal ook een onwelriekende mondgeur kenmerkend zijn voor deze situatie.
het hoeft niet altijd te gaan om vele tanden. het volstaat dat één tand het ontstaan van etter veroorzaakt om geplaagd te zitten met een slechte adem

ETIOLOGIE VAN ORALE HALITOSE

Slechte adem is voornamelijk te wijten aan de aanwezigheid van vluchtige zwavelverbindingen (VZV) in de uitgeademde lucht. De belangrijkste VZV zijn: waterstofsulfide (H2S),methylmercaptaan (CH3SH), dimethylsulfide ((CH3)2S) en dimethyldisulfide (CH3-S-S-CH3). Deze gassen zijn het eindproduct van de bacteriële afbraak van sulfaatgroep-bevattende aminozuren zoals cystine, cysteïne en methionine. Deze aminozuren komen vrij
bij de afbraak (proteolyse) van proteïnen en peptiden (Tonzetich et al., 1977, Schmidt et al., 1978). Onderzoek geeft aan dat de slechte adem m.n. wordt veroorzaakt door de bacteriën die zich op de dorsale zijde van de
tong bevinden (Tonzetich et al., 1977; Bosy et al., 1994). De fissuren en slijmvlies-papillen zijn plaatsen waar de zuurstof-concentratie laag is en waar de micro-organismen beschermd zijn tegen effecten van speeksel. De kwalitatieve en kwantitatieve eigenschappen van speeksel zijn ook van invloed op de slechte adem. Het speeksel als lichaamsvloeistof voorziet in een groot aantal voedingsstoffen die nodig  zijn voor het metabolisme voor deze anaërobe bacteriën maar  heeft ook diverse bacterie-remmende eigenschappen.

DE BACTERIËLE FLORA

Er komen enkele honderden verschillende soorten  bacteriën voor in de mond die elk op verschillende wijze de grote variëteit aan beschikbare voedingsstoffen gebruiken. Volgens de studie van  Persson et al. (1990) komen op het dorsale gedeelte van de tong tenminste 80 soorten  bacteriën voor die in staat zijn waterstofsulfide (H2S) te produceren uit cysteïne en  tenminste 25 bacteriesoorten die methylmercaptaan (CH3SH) produceren uit methionine. De verschillende typen bacteriën en de aanwezigheid van voedingsstoffen en eiwitten zijn medebepalend voor de geur die  wordt geproduceerd op verschillende plaatsen in de mondholte.
Ondanks de complexiteit van de  betrokken microflora hebben in  vitro experimenten aangetoond
dat m.n. Porphyromonas gingivalis,  Prevotella intermedia, Prevotella loescheii, Peptostreptococcus micros, Bacteroides forsythus en Treponema denticola de meest actieve soorten zijn wat betreft de productie van VZV uit serumproteïnen. Bovengenoemde bacteriën worden gevolgd door  andere gingivalissoorten zoals Eubacterium en Fusobacterium (Persson et al. 1990, De Boever et al. 1995).
Al deze bacteriesoorten zijn ook betrokken bij verschillende parodontale aandoeningen.  Reden te meer om aan te nemen dat er een mogelijke correlatie is tussen parodontale  infecties en halitose.

Bij een vergelijking van pathogene en niet-pathogene mondbacteriën blijkt dat pathogene bacteriën tien keer meer VZV produceren. Dit kan duiden op de betrokkenheid van deze bacteriën bij parodontale afbraak. Twee belangrijke virulentie factoren van deze micro-organismen zijn de protease en collagenase activiteit.

FACTOREN DIE VAN INVLOED ZIJN   OP HET ONSTAAN VAN HALITOSE

De zuurgraad (pH), de zuurstofspanning (P02) en de redox potentiaal (Eh) spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van slechte adem en worden bepaald door het metabolisme van bacteriën. Deze parameters bepalen o.a. het type bacteriën die een bepaalde plaats in de mond kunnen koloniseren.
Gedurende plak-accumulatie in de mondholte vermindert de zuurstofconcentratie (P02) en wordt de redox potentiaal (Eh) verlaagd. Een lage Eh-waarde ( > -80 mv) en een lage zuurstofconcentratie zijn ideale condities voor de groei van gram-negatieve anäerobe micro-organismen die zwavelgassen produceren.
Er is vastgesteld dat de zuurgraad (pH) de vorming van VZV reguleert. Het zuur-base metabolisme dat de pH in de
mondholte bepaalt, wordt gereguleerd door 2 soorten substraten:
1) koolhydraten (suikers, aminosuikers, zetmeel, speeksel-glycoproteïnen en slijm) die, onder de vorming van zuur, vergist worden en
2) vrije aminozuren, peptiden en proteïnen-derivaten.

De gram-positieve micro-organismen zijn met name verantwoordelijk voor de afbraak van koolhydraten en stikstofhoudende substraten. Deze metabole activiteiten zorgen voor een verlaging van de zuurstofconcentratie en de Eh. Dit bevordert de kolonisatie van anaërobe gram-negatieve, voornamelijk asaccharolyte bacteriën die aminozuren gebruiken als energiebron. Deze laatste groep van bacteriën is m.n. verantwoordelijk voor het ontstaan van slechte adem. Een onderzoek van De Boever et al.(1995) toont een correlatie aan tussen de volgende parameters: de mondgeur, VZV-niveau, diverse parodontale parameters, eigenschappen van tongoppervlak en de aanwezigheid van bacteriën op de tongrug die een trypsine-achtige enzym-activiteit (BANA) bezitten. Dit onderzoek laat zien dat de proteolytische activiteit van de microflora op de tongrug een essentiële rol speelt in de
etiologie van halitose. Drie van de genoemde BANA-positieve bacteriën zijn, T. denticolo, P. gingivolis en B. forsythus.  Vermindering van deze BANA-activiteit is één van de doelstellingen van een effectieve behandeling tegen halitose in combinatie met een vermindering van het aantal gram-negatieve anaërobe bacteriën op de tongrug en een toename van het aantal gram-positieve facultatieve bacteriën.

DE EFFECTEN VAN VLUCHTIGE ZWAVELVERBINDINGEN OP PARODONTALE WEEFSELS

Behalve een onaangename geur, hebben VZV ook schadelijke effecten op het parodontium. Zij veroorzaken ontstekingsreacties en veranderen de permeabiliteit van de celmembranen.

De meest directe gevolgen van VZV zijn:

  • Het inactiveren van cellulair cytochroom-oxidase, myeloperoxidase en catalase, wat een toename van de toxiciteit en mutageniteit van H202 van bacteriën tot gevolg heeft.
  • VZV zijn sterk toxisch hetgeen het herstel van parodontale weefsels belemmert. VZV zijn betrokken bij structurele veranderingen in het cytoskelet van fibroblasten en epitheelcellen. Het cytoskelet is betrokken bij de celgroei en de genetische expressie (Johnson et al., 1992).
  • VZV stimuleren de productie van creviculaire IL-1 waardoor ontstekingsreacties worden bevorderd.
  • VZV veroorzaken een vermindering van de DNA-synthesis en vertragen het transport van proline.

DOEL VAN DE EFFECTIEVE BEHANDELING

Al het tot nu toe uitgevoerde onderzoek geeft aan dat orale halitose voornamelijk een microbiologisch probleem is. Een effectieve behandeling moet daarom gericht zijn op het onderdrukken van de verantwoordelijke bacteriën. De behandeling zal zich met name richten op vermindering van het totaal aantal micro-organismen, reductie van trypsine-positieve (BANA) bacteriën en een verschuiving naar gram-positieve facultatief anaërobe bacteriën. Het resultaat van de behandeling moet zijn: het reduceren van de hoeveelheid VZV waardoor de mondgeur wordt verbeterd.

STOFFEN MET EEN BEWEZEN POSITIEF EFFECT OP DE REDUCTIE VAN SLECHTE ADEM

CHLOORHEXIDINE

Onderzoek heeft aangetoond dat poetsen en spoelen met 0,12% chloorhexidine de VZV-productie en de BANA-activiteit van bacteriën vermindert.

ZINK

Het zink-ion (Zn2 ) vermindert de nadelige effecten van VZV op de weefsels. De toename van de permeabiliteit van mucosa voor b.v. endotoxine wordt door zink verminderd. Wanneer orale mucosa, dat is aangetast door methylmercaptaan, in contact komt met het zink-ion, dan wordt de permeabiliteit op verschillende wijzen hersteld:

  • Het zink-ion (Zn2 ) reageert met de anionische carboxylgroepen van weefsel, waardoor een depot van Zn2 in het weefsel ontstaat.
  • Het Zn2 reageert met mercaptaan en vormt het inactieve Zn-mercaptaan.
  • De overmaat van Zn2 kan reageren met andere thiol-verbindingen wanneer deze aanwezig zijn. Thiol-verbindingen verbreken de SH-SH verbindingen die de proteoglycaan moleculen samenhouden, welke op hun beurt de permeabiliteits-barrière vormen.
  • Ook blokkeert zink het effect van de VZV op de remming van de proteïne-synthesis en remt het verschillende biochemische processen die leiden tot weefselafbraak.

CETYLPYRIDINE CHLORIDE

Klinisch onderzoek, waarin het gebruik van cetylpyridine chloride (CPC) spoelmiddel werd vergeleken met een placebo, toonde een vermindering van 30% aan van de VZV-productie tot 3 uur na behandeling.

HOE WORDT DIT BENADERD IN DE TANDHEELKUNDIGE PRAKTIJK?

In de tandheelkundige praktijk bestaat nog weinig aandacht voor de specifieke behandeling van halitose. Recent onderzoek heeft aangetoond dat ongeveer 85% van de halitose een orale oorzaak heeft. Het tandheelkundig onderzoek is in principe het meest ideale moment voor diagnose en behandeling van halitose. Dit protocol is in vier hoofdstukken verdeeld:

BENADERING VAN DE PATIENT

De patiënt moet weten dat voor zijn probleem veelal een gemakkelijke en niet kostbare oplossing bestaat. Het is belangrijk tactisch te handelen om de barrière van schaamtegevoel om over dit onderwerp te spreken te verbreken.

ONDERZOEK EN DIAGNOSTIEK

Het is belangrijk om een grondig oraal, klinisch en radiologisch onderzoek te verrichten en om de hoeveelheid zwavelgassen in de mond te meten. Een uitgebreide vragenlijst stelt de tandarts in staat om een juist beeld te vormen over de leefgewoontes van de patiënt. Een finale diagnose wordt gesteld, waarna uitleg aan de patiënt volgt.

BEHANDELING

De specifieke behandeling kan worden uitgevoerd in 2 à 3 zittingen, afgezien van mogelijk tandheelkundige behandelingen. Het is van essentiëel belang dat uitgebreide mondhygiëne- instructies worden gegeven. Deze bestaan uit eventueel het veranderen van bepaalde leefgewoontes. Eventueel wordt daarnaast een restauratief - parodontaal behandelplan opgesteld.

vanzelfsprekend moeten steeds eerst de nodige tandzorgen plaatsvinden alvorens zich te concentreren op een specifieke behandeling van halithosis

het beeld in bijlage toont een mond met alle kenmerken van een nalatige mondhygiëne: plaque accumulatie, cariës, tandsdteen, gingivitis

VERVOLGBEHANDELING

De patiënt moet er nadrukkelijk op gewezen worden dat de dagelijkse instructies moeten worden opgevolgd. Ook moet er een periodieke professionele controle plaatsvinden om de resultaten van de behandeling te kunnen vaststellen.

BENADERING VAN DE PATIENT

Een patiënt vertellen dat hij een probleem heeft met slechte adem is wat anders dan te vertellen dat er sprake is van cariës of een parodontale aandoening. Slechte adem is een probleem dat sociaal slecht aanvaard wordt. Hierdoor kan de patiënt zich aanvankelijk gekwetst voelen als het hem/haar wordt verteld. Veelal is de patiënt in tweede instantie wel dankbaar voor zo'n openhartigheid.

Enkele mogelijkheden waarmee de tandarts de patiënt persoonlijk kan benaderen

  • Informatiefolders over halitose in de wachtkamer.
  • Het stellen van vragen over slechte adem via de anamneselijst, zodat de tandarts een makkelijke toegang krijgt om halitose bespreekbaar te maken en mogelijke oplossingen aan te dragen.

Een aantal vragen zou kunnen zijn:

  • Heeft u wel eens een slechte smaak in uw mond?
  • Denk u dat u slechte adem heeft?
  • Denkt u dat de persoon met wie u praat wel eens zou kunnen merken dat u slechte adem heeft?

Als de patiënt op één van deze vragen positief antwoordt, kan de tandarts op een subtiele manier over dit thema praten en proberen er op deze wijze wat dieper op in te gaan om de patiënt oplossingen te kunnen bieden. De oplossing is gebaseerd op een grondig onderzoek, goede diagnostiek en specifieke behandeling. Ook het ondersteunend personeel in de praktijk zou mentaal open moeten staan om met de patiënt over halitose te praten.

Het is belangrijk dat men beseft dat het hebben van slechte adem voor veel mensen een psychologisch probleem kan zijn. Het veroorzaakt veelal onzekerheid, ondermijnt het zelfvertrouwen van de patiënt en geeft het gevoel van afzondering en sociale isolatie.

Emotionele en psychologische effecten, die veel mensen die een ernstige halitose hebben, zijn:

  • Het gevoel van een vieze mond en de angst om gezien te worden als iemand met een slechte hygiëne of lichamelijke verzorging.
  • Het gevoel dat men wordt vermeden, zowel sociaal als intiem.
  • Het verlies van vertrouwen in de relatie met een partner.
  • Het zich afzonderen van anderen.
  • Het ontwikkelen van typische gewoonten, zoals de hand voor de mond houden of het hoofd afwenden bij het spreken.
  • Afhankelijk zijn van kauwgom en cosmetische mondsprays.
  • De halitose verantwoordelijk stellen voor persoonlijke, professionele of emotionele mislukkingen.

SOORTEN PATIENTEN

Er zijn drie soorten halitose patiënten:

  • Patiënten met halitose die zich bewust zijn dat ze een probleem hebben.
    De benadering van deze patiënten is meestal eenvoudig. Zij wensen een oplossing voor hun probleem en zoeken zelf de juiste persoon op om hulp te krijgen. Het is alleen nodig te vertellen dat ze geholpen kunnen worden.
  • Patiënten met halitose die het zelf niet weten.
    Deze patiënten zijn zich niet bewust van hun probleem. In dit geval moet de benadering voorzichtig gebeuren, vooral niet kwetsend of beledigend en wellicht met behulp van informatiefolders of via derden. Het kan van belang zijn te vertellen dat er veel mensen zijn met hetzelfde probleem en dat men zich er niet voor hoeft te schamen. Het geven van voorbeelden van mensen die met goed resultaat zijn behandeld is zinvol en nuttig.
  • Patiënten bij wie na onderzoek géén halithose werd vastgesteld maar die toch denken dat ze halithose hebben. Deze patiëntengroep is klein en lijdt aan een zogenaamde halithofobie.
    Veel patiënten met halithose hebben verkeerde ideeën over hun probleem:
    • het gevoel dat er geen oplossing voor het probleem van slechte adem is
    • het geloof dat de oorzaak van de halithose is gelegen in de maag.

Het is belang deze verkeerde ideeën te bespreken. Het is een frequent voorkomend probleem dat vaak goed opgelost kan worden.

Overhangende vullingen en Kroon-en-Brugwerk

Vervolgens kunnen ook overhangende vullingen (meestal tussen twee tanden in) en uitgebreid kroon en brug-werk met ondersnijdingen problemen veroorzaken. Kroon-en brugwerk in het bijzonder moet steeds goed gereinigd worden zodat er géén voedselresten achter blijven. Deze voedselresten zijn een gedroomde voedingsbodem voor bacteriën. Hetzelfde geldt ook voor patiënten met implantaten. Ook deze patiënten dienen hun mondhygiëne zéér goed op peil te houden door de basis van de brug grondig te reinigen aan de lip-wang-zijde en aan de tongzijde.

 Losse Prothese

Prothesedragers denken soms dat zij géén last kunnen hebben van foetor ex ore. Niets is minder waar: indien de prothese 's nachts gedragen wordt, ontstaat onder de prothese in het gehemelte een vochtig milieu waarin vooral schimmels en bacteriën telig kunnen wieren.

Fistels, Abcessen

Fistels vanuit abcessen of  cysten rond de tandwortels produceren etter in de mond en veroorzaken eveneens een onwelriekende geur. De patiënt is zich bij deze situaties meestal wel bewust van de slechte geur omwille van de bijzonder slechte ettersmaak die zij in de mond proeven.

Ontstoken wijsheidstanden

Ook ingesloten wijsheidstanden die niet volledig zijn doorgebroken vormen een bijzonder frekwente bron van slechte adem. Immers achter de wijsheidstand vormt zich een nis die niet kan gereinigd worden, zodat er voedselresten blijven steken. Wanneer het weefsel achter de wijsheidstand ontsteekt en pijn begint te doen spreken we van pericoronitis. Soms echter zien we het niet zelf en zal slechts een overzichtsopname van de mond erop kunnen wijzen dat rond de wijsheisdtand een "nis" is ontstaan waar voedsel inkruipt.

Slechte adem na het eten, roken, alcoholgebruik

Een tijdelijke slechte adem kan ontstaan na het eten van bepaalde voedingsmiddelen. De grote boosdoener is de zwavel die in sommige producten zit, zoals in knoflook, prei, uien en kool. Het is een groot misverstand dat de geur vanuit je maag naar je mond opstijgt. De zwavel wordt tijdens de spijsvertering opgenomen in je bloed en via je longen weer uitgeademd. Dát veroorzaakt je slechte adem. Overigens kunnen ook alcohol en tabak een onaangename mondgeur verspreiden.  Alcohol, tabak en suiker zijn ook boosdoeners. Zij worden deels weer uitgeademd via de longen.

Onderliggende ziekten

In beperkte gevallen echter, is slechte adem een gevolg van een spijsverteringsziekte, suikerziekte (diabetes) , bijholte-ontsteking, amandel-ontsteking, geelzucht, chronische nieraandoening of een aandoening in keel, longen of bronchiën. Ook hypovitaminosen, leverinsufficiëntie, uremie, zinktekort, chronische infectieuze  prostaatproblemen, en reflux-oesofagitis kunnen soms als oorzaak weerhouden worden.

Droge mond

Verder is het mogelijk dat je geneesmiddelen voorgeschreven hebt gekregen van je arts, die als bijwerking een droge mond hebben. Het hierdoor ontstane speekseltekort kan ook een slechte adem veroorzaken.

Verminderde speekselvloed

Speeksel wast voedselresten in de mond uit en zorgt voor een continue gestage reiniging van de mond. Alle situaties die een verminderde speekselvloed geven, kunnen méé oorzaak zijn van een slechte adem. Immers de tong wordt niet meer gereinigd, de post-nasal drip wordt niet meer verder afgevoerd naar de keelholte, de tanden worden niet meer zo afdoende gereinigd. Roken veroorzaakt niet alleen een typische eigen geur, maar vermindert ook de speekselvloed. Ook mondademen, vasten, langdurig spreken (professionals die véél en langdurig moeten praten), stress zijn klassieke oorzaken van mondgeur.

Onstoken sinussen, bemoeilijkte neusdoorgankelijkheid

Ongeveer 5 à 10% van de oorzaken van onwelriekende mondgeur komt vanuit de neusholte en/of de paranasale sinussen. Ettervorming aldaar druipt af naar het achterste gedeelte van de tong, maar ook de uitgeademde lucht langs de neus kan stinkend zijn. Niet alleen sinusitis, maar ook andere aandoeningen die een normale neusafloop hinderen kunnen foetor veroorzaken. Ook ontstoken amandelen bevatten crypten waarin ontstekingsexsudaat accumuleert en foetor ex ore veroorzaakt in ongeveer 3% van alle gevallen van halithosis. Ook dit moet steeds nagekeken worden.

Bestraling in de mond

Bestraling in de mond veroorzaakt "xerostomie" , een extreme monddroogte, waardoor de speekselfunctie verijdeld is. Ook de afvoer van slijmen naar de hypopharynx en slokdarm zijn verhinderd waardoor bij deze mensen een bijzondere onwelriekende mondgeur een probleem kan vormen.

Mond of Keelkanker

Ook bepaalde vormen van mond- of keelkanker waarbij er een oppervlakkige necrose is ontstaan in de tumormassa met centrale ulceratie en debrisvorming kan een typische "kanker"-geur verspreiden. De arts zal dit grondig nazien bij een onderzoek naar slechte mondadem.

Antibiotica, Bestraling van de darmen

Wanneer de darmen door langdurig gebruik van antibiotica of bestralingen een beschadiging hebben opgelopen van de darmwand, waardoor deze minder selectief stoffen doorlaat naar het inwendige lichaam toe, neemt de kans toe op slechte mondadem. Deze vindt dan zijn oorzaak in geurhoudende afbraakproducten van moleculen die normaliter niet (in die mate) door de darmwand passeren.

Zeldzame aandoeningen.

Sommige zeldzame aandoeningen dienen bij langdurige specifieke halithosis toch in gedachten gehouden te worden. Een lichaamsgeur en mondgeur die naar "vis"geur wijst, kan duiden op een enzymdeficiëntie. Normaal wordt een molecule trimethylamine (een molecule die naar vis ruikt) in ons lichaam afgebroken door een enzyme. Is dit enzyme minder werkzaam, verhoogt de hoeveelheid trimehtylamine in ons lichaam en zal daardoor ook de visgeur van deze molecule in het speeksel en het zweet penetreren.

KLINISCHE TABEL

Het is zinvol om in tabelvorm een overzicht te hebben van de mogelijke oorzaken van een welbepaald probleem van slechte mondadem.

Probleem mogelijke oorzaak of bron van foetor
slechte mondadem na vasten, na dieet, na 't slapen, na medicatie, na conditietraining, na langdurig spreken droge mond met onvoldoende speekselvloei
bloedend of onwelriekend tandvlees gingivitis, parodontitis, voedselretentie tussen de tanden
slechte mondadem tijdens het spreken postnasale drip op het achterste gedeelte van de tong
slechte mondadem bij het begin van de menstruele cyclus zwelling van het tandvlees
kleine witte steentjes met vieze geur verschijnen op de tong tonsillolithen vanuit de crypten in de tonsillen
beslagen tong, koorts, mondpijn mondinfectie (bacterieel of viraal), ernstige aften met verminderde beweeglijkheid van de tong
stinkende mond bij kinderen begin van een keelinfectie
plotse stinken uit de neus bij een jong kind vreemd voorwerp in de neus
smaak of geur van rotte vis trimethylaminurie (zeldzaam!)
foetor bij prothesedragers prothese wordt 's nachts gedragen of niet uitgedaan 's nachts
slechte geur uit neus sinusitis, poliepen, droge neus, vreemd voorwerp in neus (kinderen!), bemoeilijkte neusademhaling, verminderde mucusafvloei
de hele dag lang een slechte smaak slechte mondhygiëne, tandvleesproblemen, beslagen tong

BEHANDELING

1. Een goede mondhygiëne - poetsen en flossen - is de beste remedie voor een betere adem. Laat bacteriën géén kans om zich tussen jouw kiezen te plaatsen: na het eten poetsen, flossen, een tandenstoker gebruiken helpt zeer goed. Vertrouw zeker niet alleen op een mondspoeling. Een volledige mondhygiëne moet nagestreefd worden.

2. Hecht bijzonder veel belang aan het reinigen van kroon en brug werk (al of niet op implantaten) met speciale borsteltjes en speciale dental floss.

3. Indien U een losse prothese draagt, doe deze dan 's nachts uit.

4. Let op Uw voedingskeuze indien U nadien sociale intimiteiten of professionele contacten op korte afstand hebt. Vermijd uien, look, prei, kool.

5. Rook niet en drink niet teveel koffie. Koffie zal de situatie énkel verergeren. Vermijd koffie te drinken wanneer U professioneel dicht met cliënten of patiënten omgaat. Een koffiegeur kan aangenaam zijn voor de gebruiker van de koffie, maar is bijzonder onaangenaam voor diegene die de mondgeur moet inademen van iemand die pas koffie heeft gedronken. Drink wel voldoende water overdag zodat Uw mond niet teveel uitdroogt.

6. Aanbevolen wordt om eveneens je tong goed te poetsen. Ook zijn er schrapers verkrijgbaar, die het oppervlak van je tong reinigen van bacteriën. Het is van belang om met name het achterste deel van je tong goed schoon te schrapen of te poetsen.

7. Ga tijdig naar de tandarts of naar de geneesheer-specialist in de stomatologie om eventuele onderliggende oorzaken te testen.

8. Voelt U zich onzeker, dan kan de specialist in de stomatologie met behulp van een halithometer eventueel de vluchtige zwavelverbindingen meten. Tevens kan hij middels overzichtsopnamen van de paranasale sinussen en een rhinoscopia posterior een eventuele post-nasal drip diagnosticeren vanuit een sinus-ontsteking.

9. Wees zuinig met mondspoelingen: het helpt tijdelijk maar deze mondspoelingen bevatten vaak alcohol en bovendien wijzigen ze de normale mondflora. Langdurig gebruik ervan is af te raden. Indien U zich toch iets laat voorschrijven, laat het dan zijn op een niet-alcholische basis (Chlorhexidingluconaat en/of waterstofperoxide 3%).  Langdurig gebruik van chloorhexidine tast de smaakpapillen aan, kan zelfs aften veroorzaken en kan de tanden verkleuren.

10. Maak geen misbruik van kauwgom of munthoudende snoepjes: zij verdoezelen kort het probleem, maar lossen in weze niets op. Wel is er in Griekenland op het eiland Chios een soort "mastiek" een kauwgom waarin hars van de struik Pistacia lentiscus is verwerkt. Deze hars bevat bacterie-dodende eigenschappen. Kauwgom kan echter zinvol zijn wanneer u een droge mond heeft. Kauwgom stimuleert de speekselvloei en kan daarom wel zinvol zijn.

11. Vele "natuurproducten" die voor slechte mondgeur gepropageerd worden bevatten geurende olieën (menthol, eucalyptol) of methyl salicylaat.

top